Home / Media

English

Nieuws
Tentoonstellingen
Werk
Fotoboeken
Biografie
Media
Contact
Blog

Recensie door Eric Min over het fotoboek "Sequences: the ultimate selection" gepubliceerd in april 2010 in het Belgische culturele tijdschrift Staalkaart.

 

Een gegeven moment.
Eric Min.

Een foto is een momentopname, een uitsnede van de tijd in een toevlaiig of zorgvuldig geconstrueerd beeldkader. Heel veel foto's naast elkaar -aan een snelheid van bijvoorbeeld 24 beelden per seconde- noemen we een film. Zo simpel lijkt het. Natuurlijk is het niet zo eenvoudig. Wie vaak naar foto's kijkt, stelt vast dat ze lang niet altijd een gegeven moment weergeven. De fotograaf kan met de tijd aan de haal gaan, spelen met snelheid, via overdruk laten zien wat gelijtijdig gebeurt, imaginaire constructies bouwen die weinig of niets meer met de werkelijkheid van doen hebben, ons een wereld laten zien die nooit heeft bestaan. En omgekeerd kan film ook absolute stilstand genereren of tonen. U merkt het: het wordt ingewikkeld.

De Nederlandse fotograaf Michel Szulc Krzyzanowski (Oosterhout, 1949) is een van die kunstenaars die de tussenruimte -grensgebied en schemerzone, waar het goed toeven is voor wie het experiment niet schuwt- tussen het statische en het bewegende beeld onderzoeken. Dat doet hij al heel lang. In de vroege jaren zeventig bedacht hij zijn sequenties, fotoreeksen van twee, zes, negen of meer opnamen in zwart-wit waarin subtiele verschuivingen optreden, als muzikale motieven en variaties. Met de bevlogenheid en de overmoed die hem kenmerken typeerde collega-fotograaf en criticus Rommert Boonstra dit werk als een mijlpaal in de geschiedenis van de geënsceneerde fotografie: "Tussen 1970 en 1985 werd een van de zeven wereldwonderen van de fotografie opgericht: de sequenties van Michel Szulc Krzyzanowski. Hij maakte in die periode een groot aantal series met beelden die zowel over alles als over niets gaan, die de hemel bestormen zonder de aarde te verlaten, die het minieme en het oneindige op harmonieiuze wijze met elkaar in verband brengen. Een monument voor het goede leven." Het strand, de woestijn en de weidse vlakte zijn de plekken waar de fotograaf zijn beeldenreeksen opbouwt, geduldig als een schooljongen of een kernfysicus.

Krzyzanowski trok zich lange tijd terug op afgelegen plaatsen als Schiermonnikoog, Griekse en Spaanse stranden, op het Franse platteland of in Baja California, Mexico. In zijn camper bedacht hij wat hij kon aanrichten met zijn camera, zijn handen, de schaduw van zijn lange lijf, stokjes, schelpen, stenen, zand en water. "Door verschuivingen en bewegingen maakte hij series met foto's waar je zeer aandachtig naar moet kijken om je te realiseren hoe eenvoudig ze zijn", zo merkt Boonstra op.Eenvoud en complexiteit, beweging en stasis, voorgrond en achterdoek, hand en zand, lichaam en afdruk…
Krzyzanowski heeft niet genoeg aan wat ons gegeven is. Om te laten voelen hoe relatief alles is -leven, kijken, denken- knutselt hij een verbeelde, paradoxale wereld ineen. Essayist Adriaan Elligens slaat spijkers met koppen wanneer hij Krzyzanowski's camera een spiegel noemt, die ons wordt voorgehouden en waarin ons eigen kijken ter discussie staat. Zien we wel wat er is, en is wat we zien "echt", betrouwbaar ?

Met enige overdrijving zouden we de sequenties die Krzyzanowski tussen 1971 en 1985 realiseerde, in de hoek van de conceptuele kunst kunnen onderbrengen. Ze kwamen tot stand met voorbedachten rade, geven vorm aan een idee. Dat is echter slechts de halve waarheid. Krzyzanowski's foto's kunnen niet louter "gedacht" of beschreven worden: om de fotograaf te zien kijken en denken, hebben we hun fysieke aanwezigheid nodig. Ingelijst in grote kaders, zoals ze ooit in het Parijse Centre Pompidou te zien waren, of in het nieuwe, magistraal vormgegeven boek "Sequences: the ultimate selection", dat een carrièreoverzicht vormt in 112 reeksen, waaronder 30 die nooti eerder werden getoond of gepubliceerd. In 1985 ging de fotograaf andere paden bewandelen: hij behoudt zich immers het recht voor, van mening te veranderen. Met dit verbluffende kijkboek krijgt zijn vroege werk een passend eerbetoon. Alles klopt: het langwerpige formaat, de typografie, de keuze van het papier… En de foto's natuurlijk. Ze zijn poëtisch, grappig, surrealistisch, goed voor een glimlach of voor een oefening in verwondering -zonder ooit klef of keurig decoratief te worden. Eigenlijk is de man met de nauwelijks uit te spreken naam een componist, zijn boek een dikke bundel partituren.

Eric Min studeerde wijsbegeerte, is essayist en criticus en publiceerde een biografie van James Ensor.