Home / Media

English

Nieuws
Tentoonstellingen
Werk
Fotoboeken
Biografie
Media
Contact
Blog

De zuivere verbinding tussen camera en ziel; interview door Theo IJzermans (1998)

31-Jul-1998

Waarom ben je in 1985 gestopt met het maken van sequenties?

Het maken van sequenties was een hulpmiddel in mijn persoonlijk groeiproces. In 1985 constateerde ik dat het belemmerend zou gaan worden wanneer ik daarvoor sequenties zou blijven gebruiken. De effectiviteit nam namelijk sterk af. Ook kreeg ik het gevoel dat na 14 jaar sequenties maken, alles wat er in die specifieke beeldtaal te zeggen valt door mij was vastgelegd. Ik wilde niet in herhalingen gaan vallen en doorgaan met het variëren op oude ideëen. Ik wilde geen epigoon van mezelf worden. Ik wilde verder groeien en nieuwe fotografische wegen inslaan. De foto’s in dit boek zijn hiervan het resultaat.

Je bent na 10 jaar teruggegaan naar de lokatie waar je vroeger sequenties maakte. Wat heeft je daartoe gebracht?

In 1995 ben ik teruggegaan naar de plaatsen in Mexico waar ik mijn sequenties maakte. Als een experiment. Ik had niet zozeer de gedachte om daar nieuwe foto’s te gaan maken. Het leek me heel interessant om 10 jaar later terug te keren naar die lokaties en te zien wat er zou gebeuren. Welke herinneringen zouden terugkomen ? Zou ik tot fotograferen komen of niet ? Natuurlijk had ik mijn camera’s bij me zoals altijd wanneer ik op reis ben. Ik ben daar in die eerste periode bezig geweest met het verdere losmakingsproces van mijn sequenties. Dat was in de 10 jaar daaraan voorafgaand al langzaam gaande , maar door naar Mexico terug te gaan werd het laatste stuk van die verwerking doorleefd.

Wat bedoel je precies met dat losmakingsproces ?

Sequenties zijn voor mij een heel expliciete uitdrukkingsvorm geweest. Ze hebben een grote impact op de buitenwereld gehad, maar ook op mijn eigen binnenwereld. Die impact van de sequenties op mijzelf is verpletterend geweest. Ik ben 14 jaar zeer intensief met het maken van sequenties bezig geweest. Soms 8 maanden lang op één lokatie. Het betekent dat ik heel diep in die materie ben gegaan. Maar ook heel diep in een zuiverheid van leven die nodig was om tot sequenties te komen. Het was een allesbeheersend gebeuren en het betekende totale opoffering. In jeugdige overmoed heb ik het in 1985 met één klap afgekapt. Ik ben er van de ene op de andere dag mee gestopt. Een wielrenner die een aantal jaren beroepsrenner is geweest bouwt dat langzaam af. Hij weet dat hij anders fysieke problemen krijgt. Eigenlijk moet je dat ook doen als je heel lang met zoiets als sequenties intensief bezig bent geweest. Maar ik had daar toen geen besef van. De abrupte stop heeft me een “cold turkey” opgeleverd. Ik dacht: “Wat heeft mijn leven nu nog voor betekenis ? Zijn mijn dagen als fotograaf niet geteld ?” Door het niet langzaam af te bouwen kreeg het dit soort extreme gevolgen. Sequenties zijn gemaakt tussen mijn 21e en 35e jaar. Vanaf mijn 35e lagen ze als een berg voor mij. Ze belemmerden me om verder te komen in de creatieve, conceptuele fotografie. Alles wat ik later fotografeerde relateerde ik aan m’n sequenties. Ik had het ongewenste idee dat ik nooit meer in staat zou zijn om iets beters en meer vernieuwend te maken dan m’n sequenties. Het lijkt dan alsof je carrière op 35jarige leeftijd al beëindigd is. Dat je slechts nog een marginaal en nutteloos bestaan kan lijden van iemand die ooit interessante foto’s maakte.
Hetzelfde zie je in de muziek gebeuren. Iemand heeft ooit een gigantische hit gehad en komt daar nooit meer overheen. Het “Whiter shade of pale”-syndroom.

Tussen 1985 en 1995 ben ik daar erg mee bezig geweest. Het heeft volwassenheid nodig om niet meer tegen een berg op te kijken. Ik heb geconstateerd dat hoe groter je succes is en hoe hoger de kwaliteit van je werk, het des te langer duurt voordat je genoeg innerlijke kracht hebt om omheen die berg te lopen. Ik ben eerst volledig gaan accepteren dat die berg inderdaad voor mij lag en vervolgens ben ik gaan leren die berg niet op te willen klimmen maar er omheen te lopen. Er zijn toen op een heel natuurlijke en vanzelfsprekende manier twee dingen gebeurd. Ik heb de periode van de sequenties kunnen afsluiten en kon weer vrij en onbelemmerd creatief en conceptueel fotograferen. Terug op de voormalige sequentielokaties kwam ik op fotograferen in kleur en in enkele beelden op 6 x 6. Een heel natuurlijk proces. Niet vanuit een geforceerd idee maar na een geleidelijke ontwikkeling. Ook het gebruik van spiegels en glas in de nieuwe foto’s is iets wat op een hele natuurlijke manier is ontstaan. Je moet wat dit betreft heel duidelijk weten dat al deze ontwikkelingen niet door mij worden veroorzaakt. Ik ben niet iemand die bedacht heeft sequenties te maken. Ik heb het me laten overkomen en dat is nu opnieuw gebeurd. Ontvanger worden. Dat geeft me heel sterk het gevoel dat niet >ik diegene ben die beslissingen neemt of keuzes maakt in het creatieve proces, maar dat ik me slechts tot instrument daarvan maak.

Van wat ?

Dat is de grote vraag. Alle mogelijke antwoorden zijn speculatief. De één zegt God, de ander zegt Boeddha en de volgende zegt Innerlijke Kracht. Alles kan waar zijn. Ik weet het niet, altans ik kan wel een antwoord verzinnen maar dat wil niet zeggen dat het ‘t enige en juiste antwoord is. Ik heb geleerd die vraag te laten bestaan zonder dat ik daar een antwoord op hoef te formuleren.

Wat bedoel je precies met begrippen als “zuiverheid van leven” en ontvanger worden” ?

De foto’s in dit boek zijn volledig los van “bedacht zijn”. Vrij van pretenties of effect teweeg willen brengen. Dat bedoel ik metzuiverheid. Wanneer je kunstmatigheid, pretenties en effectbejag allemaal weet te elimineren, dan krijg je een totale directheid tussen maker, foto en kijker. Er moet daarvoor een zuivere verbinding bestaan tussen camera en ziel. Daar zitten geen franjes en tierelantijnen aan vast. Daar zit geen mistlaag tussen. Dat is het meest directe contact wat je tot stand kunt brengen. Wil je dat realiseren dan moet je dus effectbejag en pretenties bij jezelf weten uit te schakelen. Dit bereik ik door een specifieke levenswijze. Door naar m’n lokatie te gaan in Mexico waar verder geen mensen zijn en weken in eenzaamheid te leven. Waar ik in de pure natuur ben. Door daar heel gezond te leven. Te mediteren. In een fysiek optimale conditie te komen. Boeken te lezen die over dit onderwerp gaan. Gezond en vleesloos te eten. Geen alcohol te drinken. Niet te roken en snoepen. Dat schept de voorwaarden om zuiverheid te bereiken. Zoals een sportman of vrouw die een optimale prestatie wil leveren aan fysieke en psychologische voorwaarden moet voldoen. Toch dwing je met die voorwaarden niet automatisch zuiverheid af. Een optimale voorbereiding resulteert ook niet gegarandeerd in een nieuw wereldrecord. Hoe goed je ook de procedure kunt weten, toch kun je het niet afdwingen. Je kunt 40 dagen in de woestijn gaan zitten, niet roken en drinken en elke dag sporten en mediteren en wat er verder allemaal voor nodig is, maar er is geen enkele garantie dat je ontvankelijk in het creatieve proces wordt. Wanneer het van je moet lukken, dan wordt dat de belangrijkste preoccupatie en daarmee een fatale barrière. Dus je wil het terwijl je het niet moet willen. Tegelijkertijd doe je er alles aan om het te laten gebeuren. Dat is een heel interessante constructie.

Hoe zijn deze foto’s precies tot stand gekomen? Hoe verloopt zo’n creatief proces?

Het is zoals indertijd met de sequenties: de hele dag spookt het fotograferen door mijn hoofd. Het werk is permanent in het denken aanwezig. De beelden doemen op. Ideëen komen en vertrekken. Het is een complete geïnvolveerdheid in het creatieve proces. Als ik in Mexico op het strand aankom na een lange reis is het creatieve proces er niet meteen. Het bouwt zich langzaam op en uiteindelijk komt het tot een climax. Na bepaalde tijd is het opeens weer weg. Dan vertrek ik. Hoef ik niet langer op mijn post te blijven. Maar ik kan het creatieve proces wel erg lang oprekken. Zo’n 2 tot 3 maanden kan ik er mee bezig zijn. Wat ik geregeld moet onderbreken omdat de voedselvoorraden uitgeput raken. Dan is het racen naar de stad, een halve dag reizen, snel voedsel en water kopen, dingen regelen en zo gauw als mogelijk is weer terug naar de werklokatie. Het is bijna obsessioneel. De enige gedachte is: “Wat ik te pakken heb kan ik nu niet loslaten anders moet ik het weer helemaal van voren af aan opbouwen. Dus vasthouden , vasthouden en gauw, gauw weer terug en doorgaan, doorgaan.” Ik kan ongeveer 25 dagen non-stop op dezelfde lokatie werken en leven met mijn voedselvoorraad. Dankzij een kampeerauto met een grote ijskast, diepvries, meer dan 100 liter drinkwater, zelf in de oceaan vis vangen en zonne-energie voor licht en computer. Ik zie nooit iemand in die periodes. Elke dag luister ik naar het nieuws op de kortegolfradio. En verder veel sporten, wandelen, mediteren, vissen en lezen. In de afgelopen periode waren dat boeken van Jung. Over de mens en zijn symbolen. Dat mensen vanuit een fundamenteel weten iconen scheppen die vervolgens vergaande betekenis krijgen. Ook het belangrijke boek van Harry Mulisch “De ontdekking van de hemel” waarin het begrip “De gouden muur” wordt besproken. De struktuur van mijn levenswijze op lokatie verandert nooit. Er zijn nimmer verrassingen. Hier kun je een brief krijgen. Iemand kan je opbellen of langskomen. Dat gebeurt daar niet. Dan kun je de ruimte krijgen om spiritueler te worden, creatiever en krijg je de tijd om na te denken.

De beelden doen me denken aan een kind dat in de zandbak speelt met reflecties en schaduwen en de vormen die daardoor kunnen ontstaan.Volwassenen zien dat niet meer. Herken je dat kind bij deze foto’s ?

De manier van onderzoekend kijken zoals kinderen doen ben ik nooit kwijtgeraakt. Ik zie dat het een voortzetting is van wat wij als kind hadden. De verrassing over wat er om ons heen is te zien. De onbevangenheid. Ik heb dat vastgehouden. Waarschijnlijk omdat ik heel jong ben gaan fotograferen. Toen ik 6 jaar oud was ben ik ermee begonnen dus toen is die link al tot stand gekomen met fotografie. Op het strand kun je niet vanuit routine fotograferen. Omdat mijn foto’s meteen duidelijk maken of een idee herhaalt wordt. Ik zou dan onmiddelllijk genadeloos door de mand vallen. In iedere foto moet een ontdekking worden gedaan. Daarom is het psychologisch zwaar werk zonder enige tolerantie. Bij ander werk, zoals fotoreportages maken, zit je altijd safe omdat een groot deel van de beeldinhoud door het onderwerp wordt bepaald. De fotograaf hoeft het alleen maar optimaal vast te leggen en zal ten hoogste een beetje variëren. Daar ligt de enige ruimte voor een creatief proces. Dat is iets anders dan de ontdekkende en onbevangen manier van kijken van kinderen. Het bizarre is nu dat ik van 1971 tot 1985 sequenties moest maken en vervolgens 10 jaar moest leven om de benodigde volwassenheid te bereiken om in staat te zijn een foto te maken van zoiets eenvoudigs als een vingerafdruk in het zand. Dat de meest ultieme manier van kijken pas op 48 jarige leeftijd in een foto vertaald kon worden. Dat is heel bizar.
Ik ben op zoek naar visuele sensaties. Dat we iets zien waardoor we verrast worden. Dat je op een lokatie zoals het strand iets kunt laten zien wat veel verder gaat dan wat daar normaal gezien wordt. Een goed voorbeeld is een foto uit mijn laatste serie van een zandvlakte waar we een bobbeltje of een kuiltje zien. We weten niet wat het precies is. Als we naar die foto kijken kunnen we dat laten bewegen. Kunnen we het van een bobbeltje een kuiltje laten worden. Dit soort visuele fenomenen kun je delen. Wat ik met die foto zie, voel en ervaar heeft de kijker eveneens. Ik beschouw fotografie als een communicatiemiddel en niet als een privé-hobby waar anderen ook naar mogen kijken. Dat is voor mij een heel belangrijk criterium. De vraag is: kan ik iets overbrengen op de kijker ? Kan ik de kijker de sensatie geven die ik ervaar ? Ik voel een sterke drang om te fotograferen. Want als ik dit niet doe dan gaat er iets verloren. Het moet aan mensen verteld worden en ik voel dwingend dat ik dat moet doen. Waarom kan ik niet uitleggen. Ik kan niet anders dan voldoen aan die drang. Ik beschouw mijzelf als een visueel doorgeefluik. Ik voel de verplichting om ter plaatse beschikbaar te zijn omdat anders de gestuurde ideëen verloren zullen gaan. Het beschikbaar zijn, het ontvangen en uitvoeren van de ideëen heeft een werking op mij als een drug. Het raakt iets heel diep van binnen en die losgemaakte energie is verslavend. Dat gevoel is van een zo grote heerlijkheid dat ik het steeds nastreef en zo lang mogelijk effect wil laten hebben. Terug in Nederland ebt het weg en wordt pas weer gewekt wanneer een nieuwe reis wordt gepland. Zo blijf ik gaan en komen. In permanente beweging gedreven door de drang ontvanger en schenker te moeten zijn. Zoals Herman Hesse’s veerman in Siddharta. Op en neer. Aan boord nemen en aan de andere oever afzetten. Nemen en geven. De zinvolheid van het leven. Men moet zeker niet denken dat dit pretentie is. Ik wens mijn drang niemand toe. Het is niet gemakkelijk. Het beheerst het leven heel sterk. Het sluit allerlei aspecten van het leven uit. Ik heb soms gewenst om een leven te kunnen leiden met een vloeiende golflijn en niet als op en neer gaande lijnen van een veerman. Zo blijkt mijn levenslijn echter te zijn uitgestippeld.

Jij zei 10 jaar geleden, in een eerder interview dat wij hadden, dat fotograferen een manier is om een mening te geven over de maatschappij. Hoe zie je dat bij deze foto’s ?

Het is niet zo dat ik een boodschap bedenk en daarom foto’s maak. Mijn foto’s blijken een boodschap te hebben waarin ik me volledig vind. In mijn conceptuele fotografie denk ik niet dat ik direct commentaar lever op de maatschappij, maar dat ik wel voorhoud dat het bewustzijn flexibel is. Dat je kijkervaringen buiten je bestaande patroon kunt hebben. Dat het een toevoeging aan je bewustzijn kan worden. Daar waar geen flexibiliteit van bewustzijn bestaat zie je dogmatisme, intolerantie, racisme, nationalisme en stagnatie in de ontwikkeling van de mensen, de maatschappij en de techniek. Daar waar flexibiliteit van bewustzijn bestaat, je kunt de historie erop nalezen, zie je dat mensen meer tot ontwikkeling komen. Dat de maatschappij zich vernieuwt en verbreed. Dat er technische vindingen worden gedaan. Dat er tolerantie en openheid bestaat. Mijn conceptuele foto’s zijn een training. Om het bewustzijn leniger te maken. En in die zin hebben ze een maatschappelijke relevantie.